We beginnen in de tuin bij het hotel. Alles in het hotel was verwaarloosd, en het terrein er omheen ook. Misschien waren er ook vroeger plannen, maar veel meer dan een benzinepomp en restaurantjes is er niet gekomen. Des te beter voor de vogels die de begroeiing waarderen. Voor mij levert dat mooie foto's op van de Zijdestaart.
Onderweg naar de kust gaan we langs geirrigeerde landbouw gebieden. Zodra er water wordt toegevoegd, kun je in de woestijn ook allerlei gewassen kweken. We zien er nieuwe soorten die op de grens van woestijn en water leven: renvogels, tapuiten, een aantal soorten leeuwerikken en een steppekiekendief. De gids had gevonden op het web dat op een boerderij al een paar weken de zeldzame steppe plevieren zaten. En met zijn scherpe ogen en scope vond hij ze. Uiteindelijk konden we ze dicht benaderen. Er waren ook zandhoenders, maar die konden we niet benaderen.
Aan het eind van de dag komen we bij de kust. De watervogels lieten zich hier goed benaderen omdat ze gewend zijn aan de mensen. Ons strandhotel is eindelijk weer een echt hotel, daar was ik wel toe.